In 2025 kwamen 759 mensen om in het Nederlandse verkeer. Dat zijn geen statistieken op papier, dat zijn 759 individuen die niet meer thuiskwamen. Vergeleken met het jaar ervoor is dat 84 doden meer, een stijging van ruim 12 procent. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde de cijfers in april 2026, en die zijn niet mis te verstaan: we zijn terug op een niveau dat we voor het laatst zagen in 2007.
Hoe is dit mogelijk? Nederlanders gelden doorgaans als bewuste verkeersdeelnemers, het land heeft prima infrastructuur en relatief lage snelheidslimieten. Toch gaat er iets structureel mis. Dit is wat de cijfers laten zien.
De aantallen op een rij
759 doden in één jaar. Dat zijn er 84 meer dan in 2024. Voor context: in 2007 lagen de aantallen nog hoger, maar sindsdien was er een voorzichtige, vrijwel ononderbroken daling. Die trend lijkt nu definitief doorbroken. CBS trekt de conclusie op basis van overlijdensberichten waarbij een verkeersongeval als oorzaak staat geregistreerd.
De stijging zit vrijwel volledig bij mannen. Mannelijke verkeersslachtoffers namen met 21 procent toe, terwijl het aantal vrouwelijke slachtoffers juist met 8 procent daalde. NOS analyseerde dit opvallende patroon, maar een eenduidige verklaring is er nog niet.
Fietsers zijn het vaakst slachtoffer
Van de 759 doden waren er 281 fietser. Dat is ruim een derde van het totaal, en 35 meer dan het jaar daarvoor. Nog opvallender: bij minstens 41 procent van de omgekomen fietsers bleek het om een e-bike te gaan.
De groep die het hardst is geraakt? Mannen van 70 jaar en ouder op de fiets. In 2025 kwamen 118 oudere mannelijke fietsers om het leven, 40 meer dan in 2024. Ouderen fietsen vaker en langer door op de e-bike, maar het risico op ernstig letsel bij een val is bij deze groep aanzienlijk hoger dan bij jongere fietsers. De combinatie van snellere fietsen en verminderde reactietijd maakt dat een gevaarlijk geheel.
Voor automobilisten betekent dit concreet: reken er niet op dat een fietser op het pad naast jou vijftien kilometer per uur rijdt. Een e-biker kan zonder moeite dertig halen, soms meer. Zeker bij rechtsaf slaan of bij een kruispunt verdient die groep extra aandacht.
Impopulaire maatregelen zijn onvermijdelijk
De SWOV, het instituut voor wetenschappelijk onderzoek in de verkeersveiligheid, spreekt zonder omwegen: we zijn terug bij af. Nederland heeft zichzelf het doel gesteld om in 2050 nul verkeersdoden te hebben. Bij de huidige trend komt dat doel niet in de buurt.
Wat is er nodig? Volgens de SWOV zijn impopulaire maatregelen onvermijdelijk. Lagere maximumsnelheden op bepaalde wegen, strengere handhaving en aanpassingen aan infrastructuur die fietsers en auto's beter van elkaar scheidt. Dat kost politieke moed, maar zonder die stappen gaan de aantallen niet significant dalen.
Op de A7 en A12 zijn inmiddels nieuwe trajectcontroles geplaatst die de gemiddelde snelheid over langere afstanden meten. Zulke systemen werken aantoonbaar beter dan een enkele flitser: automobilisten passen hun snelheid aan over het hele traject in plaats van alleen vlak voor een camera.
Wat dit voor jou als automobilist betekent
De cijfers gelden voor het gehele Nederlandse verkeer, maar ze beginnen bij individuele keuzes. Een paar concrete dingen die je zelf kunt doen:
- Fietsers en e-bikers beter in de gaten houden. Ze rijden soms harder dan je verwacht. Geef ze meer ruimte dan je gewend bent, zeker bij kruispunten en bij rechtsaf slaan.
- Snelheid aanpassen aan de omstandigheden. Een limiet is een maximum, geen richtlijn. Op een drukke provinciale weg of bij slechte weersomstandigheden is minder rijden verstandiger.
- Afleiding op nul. Telefoon, navigatie, muziek: ze trekken je aandacht precies op het moment dat je die niet kunt missen. SWOV noemt afleiding een groeiend probleem in moderne auto's.
Kleine gewoontes helpen ook al. Een veiligheidscheck voor je vertrekt kost vijf minuten en geeft je inzicht in de staat van je remmen, banden en verlichting. En met de aankomende verplichte knipperende remlichten op nieuwe auto's groeit de nadruk op zichtbaarheid in het verkeer alleen maar verder.
Waarom dit nu speelt
759 doden is niet iets dat van de ene dag op de andere is ontstaan. De oorzaken stapelden zich geleidelijk op: meer e-bikes op het fietspad, een vergrijzende bevolking die langer actief blijft in het verkeer, drukkere wegen door bevolkingsgroei en een achterblijvend budget voor veilige infrastructuur.
Tegelijkertijd is dit geen reden voor fatalisme. In de jaren zeventig stierven er in Nederland nog ruim 3000 mensen per jaar in het verkeer. Dat aantal is dramatisch gedaald door bewuste keuzes: veiligheidsgordels verplicht stellen, aparte fietspaden aanleggen, snelheidslimieten verlagen. Dezelfde aanpak kan ook nu werken, mits er politieke wil is.
De Verkeersveiligheidscoalitie, een samenwerking van ANWB, SWOV en andere organisaties, dringt er bij de Tweede Kamer op aan om verkeersveiligheid structureel te financieren. Niet als losse begrotingspost, maar als kerntaak. Het verband tussen bezuinigingen op wegenonderhoud en een oplopend aantal ongelukken maakt dat argument sterker dan ooit. De vraag is alleen hoe lang we nog wachten.